Arbeidsrecht uitspraken

Hieronder worden enkele arbeidsrechtelijke uitspraken behandeld.


 

Moet een werknemer tijdens een sollicitatie melden dat hij een burn-out en slaapapneu heeft?

Op 15 april is werknemer in dienst getreden als functie van machinist. Er was een proeftijd van een maand overeengekomen. Op 19 mei, een paar dagen na afloop van de proeftijd, laat de werknemer weten dat hij niet kan komen werken vanwege ‘slaapapneu en een zware burn-out’. De advocaat van de werkgever heeft daarop gereageerd met een brief waarin de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht wordt vernietigd. De werkgever stelde zich op het standpunt dat er sprake was van een wilsgebrek. Als de werknemer deze klachten had laten weten tijdens de sollicitatie, was de arbeidsovereenkomst nooit tot stand gekomen, volgens de werkgever.

De werknemer verzoekt de rechter vervolgens om een verklaring van recht dat de overeenkomst niet nietig is en de arbeidsovereenkomst niet correct is opgezegd. Ook verzoekt de werknemer om toekenning van de transitievergoeding, een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding.

Wettelijk gezien brengt de goede trouw van werkgever en werknemer bij de onderhandelingen met zich mee dat een werknemer, die gezondheidsklachten heeft en/of medicatie gebruikt waarvan hij weet of behoort te weten dat deze hem ongeschikt maken voor de functie waarnaar hij solliciteert, de plicht heeft daarvan melding te maken.

Van belang is daarbij uiteraard dat de werknemer op het moment van solliciteren deze klachten had en/of medicatie gebruikte én wist dat dit hem ongeschikt zou maken voor de functie. In dit geval kon niet worden vastgesteld dat de werknemer vooraf wist dat hij dusdanig ziek was en daarmee ongeschikt was voor de functie.

De rechter verwijt de werkgever dat zij geen bedrijfsarts ingeschakeld had, maar meteen is overgegaan tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst. Als de werkgever wel een bedrijfsarts had ingeschakeld had hij makkelijker aannemelijk kunnen maken dat de werknemer in een dergelijke medische situatie verkeerde, waarvan hij wist of behoorde te weten dat hij dit moest melden tijdens de sollicitatie.  In deze zaak is dan ook niet vast komen te staan dat de werknemer heeft gezwegen waar hij een spreekplicht had. De werknemer krijgt om die reden de verzochte verklaring voor recht, een transitievergoeding van €86,43 en ook vergoeding wegens onregelmatige opzegging van €13.927,73.

Uit deze uitspraak kan de les worden getrokken dat werkgevers niet al te snel conclusies dienen te trekken, maar gedegen onderzoek dienen te laten doen. Dit onderzoek dient ook gedaan te worden door deskundige partijen.

 (Vindplaats uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2020:4170)


 

Rechtvaardiging van een inbreuk op privacyrecht

Een werkgever ontvangt signalen dat een werkneemster, die al meer dan een jaar ziek is vanwege hernia toch werkzaamheden verricht. Op basis van dit vermoeden van fraude door de werkneemster, schakelt de werkgever een particulier onderzoeksbureau in. Het onderzoek dat zij verrichten bestaat uit het vijf uur lang observeren van de werkneemster in haar tuin, vanuit een bij de woning geparkeerde auto. De tuin werd door werkneemster gedeeltelijk gebruikt als voor het publiek toegankelijke ‘theetuin’, waar zij thee, koffie en gebak verkocht aan bezoekers. Het onderzoeksbureau heeft video-opnamen gemaakt en van de observaties is een verslag gemaakt. Dit verslag is, samen met enkele ‘snapshots’ van de videobeelden, toegestuurd naar de werkgever. De werkgever heeft vervolgens de werkneemster op staande voet ontslagen.

De werkneemster vordert vervolgens schadevergoeding van het onderzoeksbureau wegens een inbreuk op haar privacyrecht.

De observatie door het onderzoeksbureau en het vastleggen van de bevindingen worden beschouwd als verzameling, vastlegging en verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (de Wbp), de voorganger van de huidige AVG.

De observatie en het vastleggen van bevindingen maakten inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van werkneemster, maar daarmee is nog niet aangegeven dat deze inbreuk ook onrechtmatig is. Het is mogelijk dat de wet een dergelijke een inbreuk rechtvaardigt. Daarbij wordt door de rechter overwogen dat het onderzoeksbureau in het bezit is van een vergunning en een keurmerk. Er is ook een privacygedragscode op het onderzoeksbureau van toepassing.  De AP (Autoriteit Persoonsgegevens) heeft ook een verklaring afgegeven, namelijk dat het verrichte onderzoek door het bureau in overeenstemming was met deze gedragscode. Daarom is er in beginsel geen sprake geweest van een onrechtmatige inbreuk op de privacy van werkneemster.

De wijze van observatie voldoet aan de eisen van de wet. Er is kort geobserveerd, de observatie had betrekking op een vanaf de openbare weg zichtbare plek en het fotomateriaal (de ‘snapshots’) die gebruikt zijn is beperkt en doelmatig.

Heeft u een vermoeden van fraude bij de werknemer? Zorg ervoor dat u onderzoeken op een privacy verantwoorde wijze verricht of schakel daarvoor professionele partijen in, die volgens een privacy code werken.

(Vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2020:6021)

 

 

Start typing and press Enter to search