Pensioen opbouwen binnen bv

Pensioen opbouwen binnen de BV wordt weer aantrekkelijk. DGA’s die 10% van de aandelen bezitten in hun BV en niet verplicht onder een bedrijfstakpensioenfonds vallen, kunnen hun pensioentoezegging onderbrengen in hun eigen BV. Voor deze DGA’s is het belangrijk de wetgeving in de gaten te houden, want er gaat veel veranderen.

Oplossingsrichtingen voor het pensioen in eigen beheer

De staatssecretaris van Financiën heeft in juni 2015 de langverwachte brief over oplossingsrichtingen voor het pensioen in eigen beheer naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin werkt hij twee oplossingvarianten uit, het oudedagssparen en de oudedagsbestemmingsreserve. De staatssecretaris geeft daarbij duidelijk de voorkeur aan het oudedagssparen. Tijdens de behandeling in de kamercommissie heeft hij daar nog een derde variant aan toegevoegd. Namelijk de mogelijkheid om het pensioen af kunnen kopen tegen een lager tarief en verdere opbouw helemaal niet meer mogelijk te maken binnen de eigen BV. Tegen deze laatste variant is gelijk geageerd in de media, door erop te wijzen dat hiermee een belangrijke financieringsbron voor het bedrijfsleven verloren zou gaan.
Ook enkele politieke partijen hebben zich al uitgesproken tegen deze variant die we daarom nu verder niet behandelen omdat we veronderstellen dat de staatssecretaris naar zijn oorspronkelijke voorstel van juni zal grijpen.

Toelichting op het voorstel oudedagssparen

Hier volgt een toelichting op het voorstel voor oudedagssparen. Let wel dat het hier gaat om een voorstel, er kan in het wetgevingsproces dus nog van alles aan veranderen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden, zowel voor DGA’s die nog pensioen in eigen beheer opbouwen als voor DGA’s die al zijn gestopt met opbouwen van pensioen in eigen beheer maar nog wel een pensioenvoorziening op de balans hebben staan. Als de voorgestelde plannen doorgaan, dan heeft dit namelijk een grote invloed op de financiële positie van de eigen beheer BV.

Hoe werkt de opbouwfase?

Bij het oudedagssparen kan jaarlijks maximaal een bepaald (vast dan wel in een staffel opgenomen) percentage van het loon opzij worden gezet binnen de vennootschap. Elk jaar kan worden gekozen of een bedrag opzij wordt gezet en zo ja, hoeveel opzij wordt gezet. Inhaal in een later jaar is echter niet mogelijk.
De grondslag voor het oudedagssparen wordt gevormd door het fiscaal in aanmerking te nemen loon van de DGA in het dotatiejaar, tot een maximumloon per DGA van € 100.000 (2015), op welk loon de AOW-franchise (€ 11.936,-)  in aftrek komt.
In de opbouwfase staat reeds een oudedagsspaarverplichting op de balans, die de aanspraak van de DGA vertegenwoordigt. Deze oudedagsspaarverplichting vormt fiscaal bezien vreemd vermogen.
De jaarlijkse oprenting van de ingelegde gelden geschiedt op basis van de marktrente gebaseerd op het U-rendement, waarbij niet wordt gekeken of in dat jaar dat rendement daadwerkelijk in het eigenbeheerlichaam is gemaakt. Het bij te schrijven rendement komt ten laste van de winst.

Hoe werkt de uitkeringsfase?

De oudedagsspaarverplichting dient uiterlijk op de verplichte pensioeningangsdatum gebruikt te worden voor de verwerving van een lijfrente, lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht voor de DGA bij een professionele verzekeraar, bank of beheerder van een beleggingsinstelling. Alternatief kan er uiterlijk op dat moment gekozen worden voor het doen van periodieke uitkeringen gedurende (in beginsel) 20 jaren aan de DGA vanuit het eigen beheerlichaam zelf.
Er staat niet in de brief beschreven of de eenmaal ingegane uitkeringen bij overlijden van de DGA stoppen of overgaan op de nabestaanden. Wij vermoeden dat het laatste het geval is.

Verplichte aanwending van de oudedagsspaarverplichting ten behoeve van de DGA vindt uiterlijk plaats:

  • binnen twee maanden nadat de DGA de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; of
  • maximaal vijf jaar later indien en zolang de DGA (reëel) loon geniet (voor gemiddeld ten minste een dag per week werken).
  • Werkt de DGA minder dan één dag per week, dan moet het pensioen in deze periode verplicht ingaan.
  • Als de DGA overlijdt vóór de ingangsdatum van de uitkeringen dan moet binnen twaalf maanden na dat overlijden het saldo van de oudedagsspaarverplichting verplicht worden gebruikt ten behoeve van de partner en de kinderen (zonder leeftijdsbeperking), volgens een bepaalde verdeelsleutel, of indien de DGA geen partner of kinderen had, ten behoeve van de erfgenamen/natuurlijke personen.

 

Dit voorschrift is in de brief van de staatssecretaris nog niet verder uitgewerkt. Wij vermoeden echter dat dit betekent dat er extern of vanuit het eigen beheerlichaam zelf een uitkering moet worden aangekocht, net zoals bij een bankspaarrekening.

Wat is de invloed op dividenduitkeringsmogelijkheden?

Tot de waarde van de oudedagsspaarverplichting kunnen geen dividenden worden uitgekeerd. Om te bepalen hoeveel dividend kan worden uitgekeerd kan worden gekeken naar de waarde van de oudedagsspaarverplichting zoals die op de balans staat.

Voor de goede orde: dit staat los van de reguliere uitkeringstoets zoals die nu ook al moet worden toegepast alvorens dividend kan worden uitgekeerd. Deze reguliere uitkeringstoets blijft ook bestaan.

Als de vennootschap meer dividend uitkeert dan de verplichting toelaat, dan wordt dit aangemerkt als afkoop. De waarde van de verplichting wordt dan aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Daarbij is men 20% revisierente verschuldigd (met de mogelijkheid voor de DGA om aan te tonen dat de rentevergoeding lager zou moeten zijn).

Wat is de positie van de partner?

Een deel van de ruimte voor de oudedagsspaarverplichting mag worden gebruikt om extern het vooroverlijdensrisico af te dekken. Het oudedagssparen is op basis van de huidige definitie overigens géén pensioen in de zin van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Wij vermoeden dat je wel in de huwelijkse voorwaarden overeen kunt komen hoe je de oudedagsspaarverplichting bij echtscheiding wil verdelen.

Wat is het wettelijk kader?

Voor het oudedagssparen moet in de loonbelasting een nieuw wettelijk kader worden ontwikkeld dat naast de bestaande regelingen voor (extern op te bouwen) eindloon-, middelloon- en beschikbarepremieregelingen komt.
De mogelijkheid om net als “gewone” werknemers – die niet als DGA kwalificeren – een pensioen op te bouwen op basis van een eindloon-, middelloon- of beschikbarepremieregeling zal daarbij voor de DGA alleen blijven bestaan voor de situatie dat een dergelijk pensioen bij een externe (professionele) verzekeraar wordt bedongen. Deze pensioenrechten kun je vanaf de ingangsdatum van het oudedagssparen dus niet verder meer in eigen beheer opbouwen.

Wat is het overgangsrecht?

Bij de introductie van het oudedagssparen worden de volgende keuzemogelijkheid geboden:

1. Omzetting in oudedagssparen

De fiscale pensioenverplichting kan zonder het verschuldigd worden van loonheffing of vennootschapsbelasting worden omgezet in een oudedagsspaarverplichting ter grootte van de fiscale pensioenverplichting; dit komt in feite overeen met een stuk afzien van pensioenrechten in combinatie met een wijziging van de resterende rechten in een aanspraak ter zake van oudedagssparen. Dit vereist instemmen/meetekenen van de DGA en diens partner.

 

2. Geen omzetting in oudedagssparen

Geen verdere opbouw van pensioen in eigen beheer, maar voor de toekomst is wel opbouw binnen het oudedagssparen mogelijk. Voor reeds opgebouwde pensioenaanspraken blijft de huidige regelgeving gelden. Deze rechten moeten dus nog jaarlijks worden gewaardeerd en zo nodig worden opgerent en/of geïndexeerd.

Wat is de voorgestelde ingangsdatum?

Aanvankelijk was de bedoeling om de wetgeving per 1 januari 2016 in te laten gaan, maar inmiddels is duidelijk dat dit niet haalbaar is. Waarschijnlijk wordt het 1 januari 2017 of 1 juli 2016.

Conclusie

Met dit voorstel wordt beoogd de opbouw van een oudedagsvoorziening in de eigen BV weer aantrekkelijk te maken. Er zijn immers geen jaarlijkse actuariële berekeningen meer nodig om de waarde van de verplichtingen te bepalen. Daarnaast kent het oudedagssparen geen verschil tussen de fiscale en de commerciële waarde van de oudedagsvoorziening.
Ook de mogelijkheid om bestaande pensioenreserves om te zetten in een oudedagsspaarverplichting is voor veel klanten mogelijk zéér interessant. Hierbij moeten de juridische aspecten echter wel goed in de gaten worden gehouden!

Vragen?

Pensioen is ingewikkelde materie. Schroom dus niet om bij vragen contact op te nemen met jouw pensioenadviseur bij De Raadgevers.

Start typing and press Enter to search